De overeenkomst tussen eens en is.

Die is er niet. Gewoon niet. Waarom je dan steeds meer ziet dat het woordje ‘eens’ wordt vervangen door ‘is’, kan ik ook niet helemaal verklaren. Misschien is de reden dat wanneer er snel gesproken wordt, ‘eens’ klinkt als ‘is’ en het daarom ook als ‘is’ wordt geschreven.


‘Eens’ wordt meestal als bijwoord gebruikt. Er wordt daarmee een tijd aangegeven, zoals:
“Er was eens (toen, gisteren, honderd jaar geleden) een prinses, die op zoek was naar een prins.”
En dus niet:
“Er was is een prinses…”

Als bijvoeglijk naamwoord komt het woordje ‘eens’ ook wel voor, maar dan klinkt het niet als ‘is’, zoals hier:
“Ik ben het met je eens.”
Niemand die schrijft:
“Ik ben het met je is.” Toch?

‘Is’ komt van ‘zijn’. Ik ben, hij is, wij zijn. Het heeft dus niks te maken met tijd, of met het wel of niet ‘eens’ zijn met een ander.

Dus, ben je het met me eens dat het woordje ‘is’ niet meer geschreven hoort te worden waar ‘eens’ hoort te staan?

Of ben ik de enige die het vreemd vindt? Geef je mening maar eens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

GRATIS een eerste check?