Kom maar met die komma.

komma
Soms worden er te veel komma’s gebruikt in een zin. Maar soms lees je heel lange zinnen en dan worden komma’s weggelaten. Dat leest dan weer niet prettig. Het is een lastig, maar belangrijk leesteken.

Wanneer zet je die komma nu neer? En vooral, waar?

De komma wordt standaard geplaatst in de volgende gevallen:

  • In opsommingen: “Ik ga vanmiddag naar de bakker, slager, groenteman en de supermarkt.”

  • Na de aanhef boven een brief: “Geachte bedrijfsleider van De Supermarkt, “.

  • Voor voegwoorden zoals maar, omdat, zodat, opdat, indien, terwijl: “Ik ga niet naar de kruidenier, omdat ik kruiden genoeg in huis heb.”

  • Tussen bijvoeglijke naamwoorden: “De bakker heeft veel verschillende, lekkere, mooie taarten in de aanbieding.”

  • Voor en na een bijstelling: “De slager, meneer van Ham, laat me altijd van zijn nieuwste hapjes proeven.”

  • Voor en na een uitbreidende bijzin: “De groenteman, die trouwens vandaag jarig is, weet precies wat ik bij hem kom halen.”

  • En wanneer je iemand aanspreekt: “Wendy, nu begrijp ik bijna waar de komma mag staan.”


Ook is het gebruikelijk om tussen twee persoonsvormen een komma te plaatsen. Je hoort dan meestal wel een rust in de zin. Bijvoorbeeld: “Omdat de bakker niet de taart heeft die ik wil, ga ik straks nog even naar de supermarkt.”

Wat ik al zei, het blijft een lastig leesteken, die komma. Kom je er niet uit met de komma, stuur mij dan een e-mailtje.

 

GRATIS een eerste check?